Wat werkt écht in de preventie van jeugdcriminaliteit? En wat is nodig om jongeren perspectief te bieden en te voorkomen dat zij verder afglijden richting criminaliteit? Die vragen stonden centraal tijdens het symposium Preventie met Gezag & onderzoek: lessen van drie jaar PmG in Zuid-Nederland op donderdag 10 september.

Lijnen
Zorg en Veiligheid

Zo’n zeventig professionals, beleidsmakers en andere betrokkenen kwamen bij elkaar om terug te blikken op drie jaar Preventie met Gezag en vooral vooruit te kijken: wat hebben we geleerd en hoe kunnen we die kennis gebruiken in de praktijk?

Van onderzoek naar praktijk

Imke Smulders, senior onderzoeker en programmamanager Preventie met Gezag, trapte het inhoudelijke programma af met de belangrijkste lessen uit drie jaar onderzoek. Binnen Preventie met Gezag is vanuit verschillende disciplines onderzoek gedaan naar interventies, maar ook naar bredere vraagstukken, zoals samenwerking tussen organisaties en domeinen.

Ook lector Henk Spies benadrukt het belang van die match. “Alles werkte weleens, niks werkt altijd.” Volgens Spies is de belangrijkste vraag daarom hoe je ervoor zorgt dat de juiste jongere bij de juiste aanpak komt. Volgens hem is het zinvoller om te kijken wat in de praktijk werkt dan om te zoeken naar bewezen aanpakken voor doelgroepen die in de praktijk niet altijd duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Gemeenten zijn daarbij volgens Spies niet alleen opdrachtgever van interventies, maar ook mede-uitvoerder. Vooral bij het matchen van jongeren aan interventies en bij het houden van regie op het proces kunnen zij een belangrijke rol spelen. Beter worden in het voorkomen en doorbreken van criminele carrières vraagt volgens hem meer focus op hoe-vragen en minder op wie- en wat-vragen: hoe kijkt een jongere zelf naar de situatie en hoe kunnen professionals daarbij aansluiten?

Het gezin als belangrijke factor
Daarna volgde de keynote van Janine Janssen, lector Geweld in Afhankelijkheidsrelaties bij het lectoraat Geweld in Afhankelijksheidsrelaties van het Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht. Zij benadrukte dat we bij jeugdcriminaliteit verder moeten kijken dan alleen de jongere. Ook het gezin, de sociale omgeving en de omstandigheden waarin iemand opgroeit, spelen een belangrijke rol.

Het gezin kan een beschermende factor zijn, maar problemen binnen een gezin kunnen elkaar ook versterken. Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat er misgaat, maar ook naar wat jongeren beschermt en waar ruimte is om verandering in gang te zetten.

Vijf perspectieven aan tafel
Tijdens twee interactieve rondes gingen deelnemers vervolgens zelf aan de slag met vijf thema’s. De thematafels lieten zien hoe breed de aanpak van jeugdcriminaliteit is en hoeveel verschillende perspectieven er nodig zijn.

Er was aandacht voor evaluatie van interventies en Realist Evaluation, meisjescriminaliteit, domeinoverstijgende samenwerking tussen zorg en veiligheid, intensieve trajectbegeleiding en guardian scripting als manier om meer zicht te krijgen op de criminele loopbaan van jongeren.

De gesprekken zorgden voor verdieping en uitwisseling tussen onderzoek en praktijk. Daarbij stond niet alleen de vraag centraal wat er moet gebeuren, maar ook hoe je aansluit bij de jongere en diens situatie.

Verder bouwen aan een lerende aanpak
De terugblik op drie jaar Preventie met Gezag laat zien dat er veel kennis en ervaring is opgebouwd. Tegelijkertijd blijft er werk aan de winkel. De komende jaren kunnen we Preventie met Gezag verder versterken en beter laten aansluiten bij de praktijk. Ook kunnen we duidelijker maken hoe de aanpak werkt en beter volgen wat wel en niet werkt.

De belangrijkste boodschap van de middag: preventie van jeugdcriminaliteit vraagt om maatwerk, samenwerking en een lange adem. Door onderzoek, beleid, praktijk en onderwijs met elkaar te verbinden en steeds opnieuw te kijken naar wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden, kunnen we de aanpak verder verbeteren.