Eerst gezien, dan geholpen

Wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden bij het verminderen van onderbenutting van voorzieningen in Breda.

Onderzoeksthema
Lijnen
Zorg en Veiligheid
Looptijd
Maart 2026 – februari 2027
Lectoraat
  • Mind the Gap

Aanleiding

In Breda is voor inwoners die leven in kwetsbare posities verschillende ondersteuning beschikbaar. Toch blijft een groot deel daarvan onbenut, denk bijvoorbeeld aan schuldhulpverlening of het sociaal raadsliedenwerk. Dat ligt niet aan een gebrek aan aanbod, maar aan een samenspel van drempels aan beide kanten: mensen weten niet dat een voorziening bestaat, begrijpen de informatie niet, vertrouwen de hulpverlening niet, kunnen er praktisch niet komen, of ervaren dat het aanbod niet aansluit bij wat zij nodig hebben. Binnen het project zijn deze drempels benoemd als de vijf B’s: bekendheid, begrijpelijkheid, betrouwbaarheid, bereikbaarheid en behoefte. Onderbenutting is daarmee een contextgebonden vraagstuk.

Project

Samen Anders Denken & Doen zet daarom niet in op méér aanbod, maar op andere manieren om mensen en voorzieningen bij elkaar te brengen. Het vertrekpunt is dat organisaties die dicht bij de gemeenschap staan mensen bereiken die voor formele instanties buiten beeld blijven, en dat juist die werkwijze versterkt moet worden. Concreet gaat het onder andere om een verkorte route naar professionele hulp met een warme overdracht, inloopspreekuren in de wijk, scholing van vrijwilligers en ambassadeurs in signaleren en doorverwijzen, communicatie in de eigen taal van de doelgroep, en laagdrempelige ontmoeting via luisteruren, avondbijeenkomsten en activiteiten voor jongeren rond sport, geld en zelfredzaamheid. De samenwerking zelf hoort bij de aanpak van Samen anders denken en doen: de partners komen structureel bijeen, bespreken casuïstiek en houden daarbij zelf de regie.

Onderzoek

Het lectoraat Mind the Gap onderzoekt het project volgens de methodologie van Realist Evaluation. De vraag hiermee is wat werkt, voor wie, waarom en onder welke omstandigheden. Daartoe zijn per partnerorganisatie programmatheorieën geformuleerd in de vorm van CMO-configuraties: welke interventie activeert in welke context welk mechanisme en met welke uitkomst. Die veronderstellingen worden in interviews met de partnerorganisaties en de projectcoördinatie getoetst en aangescherpt, en worden in de volgende fase voorgelegd aan deelnemers, vrijwilligers en sleutelfiguren zelf.

Partners

Verschillende organisaties werken binnen het project samen om deze onderbenutting tegen te gaan, elk vanuit de eigen expertise en achterban. Juist de combinatie van grote en kleine, formele en informele organisaties maakt meerdere ingangen mogelijk.

Resultaat

Het onderzoek levert een onderbouwde set werkzame principes op. Door de configuraties van de partners naast elkaar te leggen, ontstaat bovendien zicht op patronen die over organisaties heen gelden. Dat biedt de partners en de gemeente Breda handvatten bij keuzes over wat behouden, bijgestuurd of opgeschaald kan worden, en levert kennis op die ook buiten Breda bruikbaar is.