Het project Inclusie & Veiligheid richt zich op het voorkomen van (hernieuwd) daderschap via inclusie. Daders van criminele activiteiten of mensen die dreigen af te glijden richting criminaliteit, worden vanuit de re-integratiepraktijk vaak gezien als een moeilijke doelgroep. Werkgevers kiezen vaak liever voor andere kandidaten en ook re-integratie dienstverlening richt zich meestal op cliënten die ondersteuning vragen en verdienen. Voldoen aan de voorwaarden en nemen van eigen verantwoordelijkheid gaan nogal eens mis bij deze doelgroep. Het hebben van werk, huisvesting en een id-bewijs zijn echter belangrijke beschermende factoren in het voorkomen van recidive. Door de nieuwe wet Straffen en Beschermen zijn DJI en gemeenten nu verplicht om samen de zorg en dienstverlening voor deze groep te organiseren. Het overbruggen van de kloof tussen burgers die (opnieuw) dreigen af te glijden naar criminaliteit enerzijds, en een maatschappij en overheid die hoge eisen stellen aan burgers, vraagt veel handelingshandigheid van professionals.

In het actieonderzoek Inclusie & Veiligheid onderzoeken we welke cruciale factoren van invloed zijn op het verbeteren van de dienstverlening. Het project richt zich primair op het vergroten van de handelingshandigheid van coaches, klantmanagers, accountmanagers werkgeversbenadering en cliëntbegeleiders in penitentiaire inrichtingen. Knelpunten die professionals zelf ervaren, en die per persoon kunnen verschillen, zijn steeds het vertrekpunt. Samen met onderzoekers en coaches zoeken deze professionals naar handelingsalternatieven. Zij worden gevoed door ervaringen van cliënten, collega’s, werkgevers, deskundigen, goede voorbeelden, en door reflectiegesprekken met onderzoekers aan de hand van een conceptueel model. Professionals proberen handelingsalternatieven uit en leren van ervaringen. Individueel leren van professionals wordt aangevuld met teamleren binnen hun organisatie, met collegiaal leren binnen hun beroepsgroep, en met netwerkleren met alle betrokkenen bij dit project. Daarnaast volgen we een aantal cliënten die de gevangenis verlaten op hun weg naar de gemeente waar ze naartoe terugkeren. We interviewen hen over hun ervaringen en over de ondersteuning die ze nodig hebben. We kijken dus naar wat professionals nodig hebben om goede dienstverlening te kunnen bieden, en naar wat cliënten nodig hebben om de dienstverlening als goed te ervaren. Dat proberen we aan elkaar te verbinden, met als beoogd resultaat duurzame inclusie van risicogroepen.

Het project Inclusie & Veiligheid loopt van 2022–2026 en wordt gefinancierd door ZonMw. De gemeenten Amsterdam, Zoetermeer en Breda, en de PI Dordrecht zijn de praktijkpartners in het project. Naast directe veranderingen in de praktijk van de projectpartners moet het project een product opleveren waarmee andere gemeenten zelfstandig aan de slag kunnen.

 

Actieonderzoek

Het project Inclusie & Veiligheid is een actieonderzoek: we onderzoeken wat er nodig is om de dienstverlening aan risicogroepen te verbeteren, om daar direct verbetering in aan te brengen. We evalueren continu aan de hand van een PDCA-cyclus (plan- do- check- act): we leggen opgehaalde informatie en nieuwe inzichten direct voor aan de praktijk en ontwikkelen zo samen met professionals verder. Wat belemmert een goede dienstverlening? Wat heb je als professional nodig om je vakmanschap te versterken? Door samen te analyseren, nieuwe stappen uit te proberen en deze weer te evalueren, zoomen we steeds dieper in op de werkelijke belemmeringen. We doen dit op verschillende niveaus: individueel, als team binnen een organisatie en breder in de sector. We brengen daarbij input vanuit de doelgroep in en waar mogelijk zorgen we voor warme overdrachten bij ex-gedetineerden die uit de PI Dordrecht naar een van de drie deelnemende gemeenten uitstromen.

In dit actieonderzoek staat niet alleen het leren van professionals centraal. Ook de keuzes en handelingen van de onderzoekers zelf zijn constant onderwerp van onderzoek. Het uiteindelijke doel van het project is om een overdraagbare methodiek te ontwikkelen die gemeenten en andere dienstverleners aan de doelgroep zelfstandig kunnen gebruiken. Tijdens het project stimuleren we actieleren en verandering bij de deelnemende praktijkpartners, maar tegelijkertijd leren we zelf over hoe we leren leren van professionals kunnen stimuleren en faciliteren. Vandaar dat we ook het effect van ons eigen handelen onderwerpen aan een continu evaluatieproces: welke methoden die we inzetten slaan aan, welke niet? Bereiken we het gewenste doel of moet het anders? Ook dit doen we aan de hand van een continue PDCA-cyclus.

 

Doel en opzet van het project

Het project heeft doelen op twee niveaus: (1) in de relatie tussen professionals en cliënten (het primaire proces) is het doel om de dienstverlening en het daarvoor benodigde vakmanschap te vergroten om daarmee (hernieuwd) daderschap van ex-gedetineerden en risicogroepen te voorkomen door hun inclusie te verbeteren; (2) in de relatie tussen onderzoekers en professionals (het secundaire proces) is het doel om een overdraagbare methodiek voor leren en innoveren door professionals te ontwikkelen die bijdraagt aan het realiseren van inclusie van ex-gedetineerden en risicogroepen.

Het project kent twee fasen van ieder twee jaar. De eerste fase is gericht op het ontwikkelen en verdiepen van actieleren van professionals van de gemeenten Amsterdam, Zoetermeer en Breda en de PI Dordrecht, gericht op continu verbeteren van hun professionele handelen en daarmee op verbetering van de dienstverlening gericht op inclusie van ex-gedetineerden en risicogroepen. Wat er beter kan leren we van de klanten van deze dienstverlening die vanuit detentie de stap naar ‘buiten’ maken. We reizen enkele maanden met hen mee op hun route door ons systeem van hulp- en dienstverlening.

Daartoe wordt een combinatie van activiteiten ingezet:

  • Vijf individuele gesprekken per deelnemende professional per jaar gericht op actieleren
  • Vijf inspiratieteam bijeenkomsten per deelnemende organisatie per jaar gericht op organisatieleren
  • Twee netwerkbijeenkomsten per jaar voor iedereen die bij het project betrokken is, gericht op validatie en leren en innoveren binnen de beroepsgroep.
  • 20 ex-gedetineerden en risicogroepen worden geïnterviewd over hun route door ons systeem van dienstverlening (klantreizen).

Deze fase levert een aantal producten op die professionals kunnen gebruiken voor meer zelfstandig leren en continu verbeteren. Ook wordt een train-de-trainer module ontwikkeld om teams en organisaties te ondersteunen in het leggen van een basis voor organisatieleren.

De tweede fase is gericht op het testen en finetunen van deze producten met een bredere groep professionals en/of gemeenten: naast deelnemers uit fase 1 die grotendeels op eigen kracht verder gaan, ook nieuwe deelnemers die gebruik makend van de producten uit fase 1 met aanzienlijk minder ondersteuning en begeleiding een begin maken met leren en verbeteren gericht op inclusie van ex-gedetineerden en risicogroepen.

Suzanne Tan, onderzoeker Inclusie & Veiligheid

Hier komt een quote van Suzanne

Lees hier meer over haar expertise

Theoretische onderbouwing

Wetenschappelijk sluit het project Inclusie & Veiligheid aan bij theorieën over discretionaire ruimte van professionals en de manier waarop zij die gebruiken. Lipsky (1980) wijst op een voorkeur voor ‘ideale cliënten’ (afroom mechanisme). Zacka (2017) onderscheidt ‘niet-willers’, ‘niet-kunners’, ‘crisissituaties’ en ‘normale cliënten’ en bijbehorende interventiestijlen. Schwarz & Sharpe (2010) wijzen op het belang van praktische wijsheid (in de vorm van patroonherkenning en exemplarische casussen) in plaats van protocollen. Inhoudelijk contrasteert dit project verschillende logica’s in het verbeteren van de situatie van cliënten. Work first (Mead 1986), housing first (Tsemberis 1992), family first en money first aanpakken hebben in de praktijk allen hun aanhangers.

In dit project werken we via handelingsonderzoek samen met professionals aan:

  1. Preventie van (hernieuwd) daderschap van cliënten door te werken aan hun inclusie (1e orde leren). Uit onderzoek komt naar voren dat een focus op werk vaak effectief is (Michon e.a. 2013), in combinatie met een integrale aanpak van andere leefgebieden, met name huisvesting en een ID-bewijs.
  2. Betere heuristische hulpmiddelen en praktische wijsheid van professionals (2e orde leren). Hiervoor maken we gebruik van Wampold 2015 (succesfactoren van een contextuele benadering in psychotherapie en coaching), Spies 2018 (subjectief logisch interventie model), Spies 2017 (IPTA) en Spies & Tan 2021 (Van Kijken Naar Zien, Vakkundig 1).
  3. Continu leren: lerend werken en werkend leren (3e orde leren). Hiervoor gebruiken we naast de hierboven genoemde bronnen ook theorievorming rond lerende organisaties. Marsick & Watkins (1999) benoemen op individueel niveau het creëren van continue leermogelijkheden en promoten van onderzoek en dialoog; op teamniveau het aanmoedigen van samenwerking en team leren (het organisatieniveau laten we in dit project buiten beschouwing).

 

Belangrijkste inzichten uit jaar 1

De eerste rapportage over projectjaar 1 is in januari 2024 verschenen en vind je hier. Daarin beschrijven we het doel en de opzet van het project, de feitelijke uitvoering en de eerste inzichten die we hebben opgedaan. We hebben daarbij zowel de projectdoelstelling ‘vergroten van vakmanschap’ (primaire proces, relatie professional – cliënt) als de doelstelling ‘een overdraagbare methodiek creëren’ (secundaire proces, relatie onderzoekers – professionals) geëvalueerd. We eindigen de rapportage met een reflectie, een aangepast theoretisch model en aangepaste plannen voor jaar 2.

Ons voornaamste inzicht is dat wat er het meeste toe doet in die dienstverlening, grotendeels ‘onder de waterlijn’ lijkt te gebeuren – daar waar meestal niet over gesproken wordt. Uit ons eerste jaar onderzoek blijkt dat:

  1. Het vergroten van vakmanschap in eerste instantie niet vraagt om werken aan kennis en vaardigheden, maar aan de rolopvattingen en overtuigingen van professionals (hoe pak ik het aan, is dit mijn taak wel, kan en mag ik dit wel?).
  2. In gespreksvoering en dienstverlening lijkt het niet zozeer de zakelijke laag te zijn die succes bepaalt (wat gaan we regelen?), maar de menselijke laag (hoe werken we samen?) en het daaraan gekoppelde maatwerk
  3. Meedoen en erbij horen realiseren voor ex-gedetineerden en risicogroepen vraagt niet alleen aandacht voor objectiveerbare basisvoorwaarden (werk, wonen, inkomen, gezondheid enzovoort) maar vooral ook voor hun subjectieve beleving van in- en uitsluiting.

Kort gezegd lijkt het meer te moeten gaan over het ‘hoe’ dan over het ‘wat’. In onderstaand schema hebben we onze vier projectpijlers gekoppeld aan wat er boven de waterlijn meestal besproken wordt (groen), en waar het onder de waterlijn veel meer om lijkt te gaan (rood).

Dit inzicht bevestigt het geluid dat professionals over het algemeen enthousiast zijn over trainingen die ze volgen vanuit hun organisaties, maar tegelijkertijd aangeven dat ze het lastig vinden dat toe te passen in de praktijk, omdat veel van die trainingen zich hoofdzakelijk richten op de meer zakelijke ‘boven-de-waterlijn-aspecten’.
We vervolgen het project in jaar 2 daarom met alle focus op het ‘hoe’ en het creëren van belichaamde ervaringen in de gezamenlijke bijeenkomsten.

Meer weten over het lectoraat?

Lees hier meer over Mind the Gap

Bekijk hier de webpagina

Ontwikkeling van een educatieve game

De inzichten uit het project Inclusie en Veiligheid moeten worden vertaald in een e-learing. We zijn er inmiddels van overtuigd dat het geleerde vooral beklijft als het zelf ervaren is. We denken dat er meer leeropbrengst is als we een professional zelf aan het roer zetten en laten experimenteren met de verschillende mogelijkheden die er zijn, en de consequenties van een keuze te laten ervaren. We zetten daarom primair in op het ontwikkelen van een educatieve game, waarbij we spelers willen we laten ervaren hoe complex het werkveld is en welke keuzes er steeds op verschillende niveaus te maken zijn.

De game is bedoeld voor allerlei soorten professionals die met de doelgroep te maken hebben, en hun beleidsmedewerkers en bestuurders. De professional moet steeds keuzes maken. We willen professionals die wat verder weg staan van de doelgroep (geen direct klantcontact) laten ervaren voor welke keuzes professionals die cliënten begeleiden komen te staan en hoe regels, procedures, criteria en samenwerkingsafspraken daarbij helpend of juist tegenwerkend zijn. We willen professionals in de directe uitvoering laten ervaren wat klanten meemaken op hun route door het systeem en hen laten experimenteren met andere keuzes dan die ze normaliter maken, of in de huid laten kruipen van een samenwerkingspartner. Elke keuze die een speler maakt heeft consequenties, bedoelde maar ook onbedoelde. Daarnaast willen we in de game ook de gedachten en gevoelens die de personages hebben en die meestal niet worden uitgesproken – ofwel: dat wat er onder de waterlijn gebeurt – integreren (bv door gedachtenwolkjes) en realistische gebeurtenissen die in de praktijk voorkomen (bv een woedeuitbarsting of weglopen) in de game opnemen.

Om het levensecht te maken hebben we veel voorbeelden nodig uit de praktijk en die verzamelen we in jaar 2 bij zowel de professionals als de doelgroep. We willen niet alleen weten wat er aan hulp geregeld of georganiseerd is, maar ook hoe dat tot stand is gekomen, wat er is gezegd en geprobeerd, waar de professional tegen aan liep, hoe de cliënt dit ervaarde etc.

Het type informatie dat we nodig hebben voor de game:

  1. Welke voorinformatie heeft de professional en wat doet deze tussen ‘aanmelding’ en ‘eerste contact’. Welk beeld is daarin ontstaan van de client?
  2. Hoe kijkt de professional naar de situatie van de cliënt, wat denkt deze dat er nodig is?
  3. Werkt de professional steunend aan de doelen/ontwikkeling van de klant of beweegt deze met de diensten eerder een andere kant op?
  4. Wat houdt de dienstverlening concreet in, wat speelt er in deze casus?
  5. Met welke van de andere betrokkenen heeft de professional contact omtrent de client? Is het makkelijk om met hen informatie uit te wisselen (contact, AVG).
  6. Werken samenwerkingspartners geïntegreerd samen of acteren ze vooral op hun eigen doelen, los van de rest?
  7. Welk mensbeeld hebben de verschillende professionals van de klant en welk beeld heeft de klant van zichzelf? Komen deze beelden met elkaar overeen?
  8. Wat zegt het persoonlijke netwerk over de klant? Hebben zij ‘een gebruiksaanwijzing’ voor hem? Hebben zij essentiële informatie (bv hij zegt wel dat hij wil werken, maar…) of praktische leads?
  9. Is het sociale netwerk steunend of de andere kant op trekkend?
  10. Welke onverwachtse dingen gebeuren er in de praktijk?
  11. Welke emoties en reacties (gedrag) op beslissingen of voorvallen spelen er?

De inspiratiebijeenkomsten zetten we op rond deze thema’s. Onder leiding van een projectleider van de opleiding CMD zullen studenten onze informatie verwerken tot scripts en karakters en tot een dummy van het spel komen. Daarna zal deze gebouwd worden door een professionele gamebouwer.

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.